Een top SE versterker

Monoblok eindversterker met 2A3-40 / 300B

Overwegingen voor een nieuw ontwerp

Na een aantal push pull ontwerpen is nu een tijd geworden om een prachtig Single Ended (SE) Monoblok versterker te ontwerpen. Uitgangspunt is dat het topprestaties moet gaan leveren. Gehoormatig moet het onderste uit de kan komen, er mag geen detail in de muziek gemist worden. Deze keer is kwaliteit de drifveer en zullen andere overwegingen het nakijken hebben. Niet dat per definitie het duurste van het duurste aan componenten zal plaatsnemen in de versterker, maar waar dit zinvol is zal dat zeker wel het geval zijn. Gouden zekeringen brengen geen voordelen behalve in de beurs van de handelaar, en zo is het met meer dingen. Voor oordelen zijn niet zeldzaam in de high-end wereld en zijn niet altijd op hun plaats. Ook ik als simpele hobbyist heb mijn financiële beperkingen en wil mijn geld dus zo besteden dat het maximaal resultaat oplevert. Kortom niet bezuinigen op essentiele dingen en evntueel wel opdingen die niet ter zake doen. Vergulde zekeringen vallen voor mij dus af net als een signaal lampje dat aangeeft dat de versterker aan staat. Liever geïnvetseerd in een super goede uitgangs trafo dan in dingen die het geluid niet beïnvloeden. Ook de keuze van de buizen is hier kritisch want daarin zijn de verschillen groot, soms voor een klein verschil in prijs.

Als doel heb ik gesteld dat de nieuwe versterker makkelijk door iedere voorversterker aangestuurd moet kunnen worden. Een passive voor 'versterker' moet mogelijk zijn als op de ingang een CD speler wordt aangesloten. Dit geeft direct aan dat de ingangs weerstand hoog moet zijn en dat niet tegelijk hele volten nodig moeten zijn om de versterker vol uit te sturen. Tevens moet het mogelijk zijn om mijn hybride ESL's van Metrum acousticstot een realistisch niveau aan te sturen. Dat die hybride ESL's geen hoog rendemet heeft zal niemand verbazen maar dat je tegelijk 50 Watt nodig hebt is toch wel overdreven. Vaak worden wel dergelijke vermogens of zelfs meer hiervoor aanbevolen. Ik gebruikte mijn KT88 balans versterker ook voor deze speakers en dat klinkt geweldig, zeker op een wat hoger geluid niveau. Gelukkig klagen mijn buren nooit. Maar ik wilde het nog een stuk optillen naar een hoger kwaliteits niveau, daar waar de ESL's de beperkende factor gaan worden. Ik kan vast verklappen dat de versterker in ieder geval niet de kwaliteits beperking meer is, zijn het de speakers of de geluidsbron? Wie het weet mag het zeggen.(ik heb zo mijn idee hier over). De behaalde weergave kwaliteit ligt nu op een uiterst hoog niveau waarbij verbeteringen niet of nauwelijks meer mogelijk zal zijn.


aanzicht Tribute trafo set Om weer terug te keren naar de tekentafel: het is een Single Ended versterker geworden waarin een 2A3-40 van JJ zijn kwaliteit mag bewijzen. Vind je dit geen goede keuze dan staat iedreen vrij om te kiezen uit het hele asortiment 300B's dat gemaakt wordt. De keuze is aan de bouwer, beide zijn mogelijk. Verschil zit hem voor een groot deel in de gloeidraad van beide buizen, de 2A3-40 voelt zich lekker bij 2,5V en 2,5A en een 300B heeft graag 5V bij 1,25A. Kijk je goed in de 2A3-40 van JJ en vergelijk je die met de 300B van JJ dan kan je niets anders konstateren dat de twee gloeidraad helften bij een 2A3-40 parallel staan en bij een 300B van de zelfde maker staan de gloeidraad helften in serie. Dat verklaard ook de verdere overeenkomsten van de beide broeders. Dat een buis van dergelijke kwaliteit en reputatie alleen de aller beste uitgangs trafo verdient spreekt vanzelf. Omdat kwaliteit de drijfveer is heb ik gekozen voor een amorfe kern uitgangs trafo, die ik heb naar mijn specificatie laten maken door Tribute . Dat dergelijke kwaliteit niet goedkoop is zal begrijpelijk zijn. Ik vind dat Pieter Treurniet van Tribute zeer hoogwaardige trafo's maakt die er ook nog eens prachtig uitzien voor een prijs die concurerend genoemd mag worden. Bij verder zoeken vond ik nergens vergelijkbare kwaliteit voor minder geld. Ik heb de hele trafoset volgens mijn opgave bij Tribute laten wikkelen. Toen ik ze thuis geleverd kreeg was ik direct onder de indruk van de perfecte afwerking en het gewicht. Echte zware jongens zijn het.


De Direct Heated Triode  2A3-40 Terug naar de eindbuis, deze doet niets zonder sturing. En hij heeft best wel honger wat dat aangaat. Die stuur je niet zo makkelijk vol uit als een penthode. De capaciteit tussen anode en rooster speelt hier parten en zorgt er voor dat je deze buis het beste aanstuurt uit een laagohmige bron. Bedenk daarbij dat kwaliteit van de versterker de eerste drijfveer is. Om een lang verhaal kort te maken behaal je de beste kwaliteit met een triode maar wel met een zo groot mogelijke belastings weerstand in de anode. Het liefst bij een constante anode stroom, constant current mode noemen de engelsen dat. Maar daarvoor heb je een heel hoge anode weerstand nodig en dat kombineert weer niet met het optimaal aansturen van de eindbuis. Gelukkig zijn er methodes om een hoge weerstand te simuleren, de gewenste anodestroom voor de triode in te stellen en een lage uitgangs impedantie te krijgen. Om een paar mogelijkheden te noemen : SRPP en mu-stage. De laatste is het beste en de kwaliteit wordt beter naarmate de steilheid hoger is van het actieve element in de anode van de triode. Voor een buis is 40 mA/V al heel steil maar het kan beter, veel beter! Een MOSFET kan het tenminste 25 keer beter doen met zijn steilheid van ruim 1A/V of meer. Prettige bijkomstigheid is dat een MOSFET veel minder spannig nodig heeft om zijn werk goed te doen. We houden dus meer uitsturings ruimte over, reserve is nooit verkeerd. De stuurbuis is dus een triode omdat die in constand current mode uiterst lineair is, maar welke triode komt nu in aanmerking? Keus te over zou je zeggen! Helaas is dat niet helemaal waar als je aan alle eisen wilt voldoen: grote lineair gebied, voldoende versterking, vervormings percentage dat daglicht kan verdragen en een haalbare uitgangs spanning waarmee een 2A3-40 of een 300B met gemak is aan te sturen. En als een aantal types gelijkwaardig presteren gelden nog regels als : het oog wil ook wat. Maar alleen als het niet ten koste gaat van de kwaliteit ! Doordat de vele triode die nu in de handel zijn dubbel triodes zijn geeft dat wat extra mogelijkheden. Het is mogelijk de beide triodes parallel te zetten waardoor hij in staat is een zwaardere belasting aan te sturen. Ook kan je als je wat weinig versterking hebt met één triode beide triodes achter elkaar zetten wat weer een veel grotere versterking oplevert. Een 6SN7 is een heel lineaire buis en is dus een goede kans hebber, helaas wat tekort aan versterking. Deze gaat dus voorlopig even op het rangeer spoor. De 6SL7 heeft voldoende versterking maar heeft weer meer last van de belasting en de inwendige capaciteiten die de bandbreedte verkleinen, deze gaat dus voorlopig ook het rangeer spoor op. De mooie 6H30Pi is ook een goede kanshebber maar is voor mij afgevallen omdat de leverbaarheid steeds moeilijker wordt en de prijs maar blijft stijgen. Als ik over een paar jaar dan mijn driver buisje wil vervangen en hij is niet meer leverbaar dan heb ik een probleem wat ik nu al had kunnen voorkomen. Zo zijn er bij vele andere buizen redenen waarom ze op een zijspoor of het rangeer spoor terecht komen. Uiteindelijk is de 6SN7 weer van het rangeer spoor op het hoofdspoor gekomen terecht gekomen. En is hij heel terecht als winnaar tevoorschijn gekomen.


Een aantal mooie buisjes de de taak als driver graag op zich willen nemen De 6SN7 heeft een versterkingsfactor (�) van 20. Dat levert in een �-stage een spanning versterking van 20 op. Dit is voor de gewenste ingangs gevoeligheid wat te weinig. De versterker moet immers aan te sturen zijn met de spanning die een CD speler levert en dan ook nog met passive voorversterker. Daarvan ligt de uitgangsspanning lager dan de ingangs spanning. In praktijk zal een versterking tussen ingang en de eindbuis een waarde van ongeveer 60 a 70 moeten hebben. Hier komt de tweede triode van de 6SN7 goed van pas. Als beide triodes achter elkaar gezet worden levert dat een versterking van ongeveer 400 op en dat is weer veel te veel van het goede. De gebruikelijke oplossing in versterker land is het toepassen van overall tegenkoppeling, we kennen allemaal de gevolgen hiervan. Weinig vervorming, grote bandbreedte en als betaalde tol een dicht geslipt geluidbeeld met weinig ruimte tussen de instrumenten een bekrompen diepte en stemmen die allemaal last lijken te hebben van een astmatische benauwdheid. Nee geen overall tegenkoppeling want de tol is onacceptabel hoog. Maar toch moet er iets gebeuren waardoor de versterking omlaag gaat. Het liefts op zo'n manier dat het positieve bijverschijnselen heeft. Daarvoor is het goed om te weten dat normaliter de vervorming toeneemt naarmate de uitgang spanning van een versterker groter wordt. En omdat de driver toch ongeveer 50 Volt aan de eindbuis moet gaan leveren zijn op deze plaats de vervorming en bandbreedte van groot belang om te zorgen dat de driver niet de beperkende factor is. In de tweede en laatste versterker trap van de driver is lokale tegenkoppeling toegepast. Dit vergroot de bandbreedte en verlaagt de vervorming zonder de nadelen van overall tegenkoppeling. Het resultaat is dat de 6SN7 nu als driver een versterking heeft van 3,5 en gecombineerd met de ingangs trap geeft dit een versterking van ongeveer 70, wat een heel prettige gevoeligheid oplevert. Al met al een driver die geen last heeft van slip vorming, een overweldigende uitsturings marge heeft en uiterst lage vervormings cijfers. Een beter stuursignaal voor de eindbuis kan je je nauwelijks voorstellen. En dat hoor je toch terug in het eindresultaat van de versterker. Een zeer open weergave met een ruimte en rust in het geluid zoals je eigenlijk alleen hoort als je zelf bij de opname aanwezig bent.


Print met gloeistroom regeling en bias automaat Nu hebben we een prachtig stuursignaal voor de eindbuis, in mijn geval een 2A3-40 van JJ maar een 300B kan natuurlijk ook. De keus is vrij! Het verschil tussen de 2A3-40 van JJ en de 300B van JJ zit hem in de gloeidraad. Bij de 2A3-40 zijn de twee gloeidraad helften parallel geschakeld en bij de 300B in serie. Gevolg is dus dat de 300B de dubbele gloeispanning van een 2A3-40 nodig heeft en de 2A3-40 de dubbele gloeistroom van een 300B. 2,5V 2,5Amp voor een 2A3-40 en 5V 1,25 Amp voor een 300B, verder zijn de buizen zichtbaar gelijk. Aangezien bij een direct verhitte kathode (de gloeidraad) het negatief afhangkelijk is van de plaats en de verschillen in het negatief net zo groot is als de gloeispanning heb ik gekozen voor de buis met de laagste gloeispanning. De stroom verdeling in de buis is hierbij het gunstigste. Het stuursignaal krijgt de buis aangeboden op het rooster. Het spannigsverschil tussen rooster en kathode wordt in de buis versterkt en gaat de uitgangs trafo in. Deze trafo zorgt voor een goede aanpassing tussen de impedantie die de buis graag ziet (3500 ohm) en de impedantie van de luidspreker (4 of 8 ohm). Om de versterker absoluut bromvrij te laten zijn moet bij de eindbuis aan twee dingen voldaan worden. Dat is aan de ingang zorgen dat de spanning tussen rooster en kathode alleen de signaal spanning is. Met een gloeispanning direct uit de trafo loop je een groot risico dat dit ook een brom oplevert in het uitgangs signaal. Hier is dus gekozen voor een gelijkspannings voeding voor de gleoidraad. Wie het internet goed bestudeerd vind regelmatig ervaringen dat de meest idiale situatie onstaat als de gloedraad wordt gevoed uit een stroombron en niet uit een spanningsbron. Mijn ervaring met deze versterker bevestigd dat, ik heb beide mogelijkheden geprobeert. De stroombron wint het gehoormatig van de spanningsbron, de verschillen zijn niet enorm maar wel de moeite waard om er een stroombron van te maken. Om het voor mezelf makkelijk te maken om diverse merken en types buizen uit te testen heb ik een slimme gloeivoeding gemaakt. Deze accepteerd zowel een 2A3 als een 300B en voldoet in beide gevallen aan de voorschriften van de fabrikant en gedraagt zich in alle gevallen als een stroombron. Dus simpel de 2A3-40 er uit en zonder meer er gewoon een 300B in prikken, gemak dient de mens! Dan komt een ander probleem om de hoek kijken, de ene buis is de andere niet dus alsnog moet je zorgen dat de bias zo wordt ingesteld dat de juiste anode rust stroom loopt. Andere buis is bijna altijd een andere bias instelling met een andere negatieve rooster spanning. Print met  twee active belastingen en gelijkrichter van het negatief Dus toch niet simpel buizen omsteken en vergelijken? Ja . . . in dit geval wel dankzij de bias automaat die netjes de negetieve rooster spanning insteld zodat de anode ruststroom de ingestelde waarde krijgt. Het gemak van de gloeispanning automaat is anders niet veel waard als je alsnog zelf de bias moet instellen. Dergelijke dingen heb ik geen omkijken meer na. En verlopen van de ruststroom . . . . nee dat dus ook niet, dankzij de bias automaat. Dat is nu onderhouds vriendelijk en veilig. Beide circuits heb ik op één print onder gebracht. Omdat ernog iets ruimte over was heb ik ook de spannings 'stabilisator' voor de driver en de ingangs trap op gezet. Dan is alle kans op brom uit de voeding van de voortrappen ook naar nul gereduceerd.


De voor de 6SN7 gebruikte actieve belasting die moet zorgen dat de triodes in constant current mode bedrven worden en zorg dragen voor een heel lage uitgangs impedantie heb ik ook op print uitgevoerd. Op die print was ook wat plaats over en daar heb ik de gelijkrichter en afvlakking voor de negatieve roosterspanning bij op gezet. Is die print ook mooi gevuld en dat scheelt straks weer wat bedraden. Alle beetjes helpen denk ik maar.


De bouw kan beginnen

De chassis waarop deze versterker gebouwd wordt is een stalen chassis van Hammond. Deze zijn leverbaar in zwart en grijs. Ik heb voor zwart gekozen omdat de trafo's ook zwart zijn maar nu alles bij elkaar staat vind ik het wel een somber geheel worden. Ik overweeg nu om de chassis maar over te spuiten in dezelfde kleur als mijn hybride electrostaten, een zilver-brons matalic kleur. Na het aftekenen van de gaten was het tijd om de boormachine voor de dag te halen. Maar voordat die echt aan het werk kan eerst even de plaats van de gaten met een centerpunt bewerken zodat straks de boor niet weg loopt. Het is immers de bedoeling dat de gaten daar komen te zitten waar ik ze heb afgetekend. Ik heb de ervaring dat het slaan van centerpunten daar enorm bij helpt. De grote gaten die nodig zijn voor het gebruik van de gatenponsen eerst even voorboren met een kleine boor. Ik gebruik daar een 3,5mm boortje voor. Dus meteen maar aan de slag! De gaten voor de trafo's en de net entree heb ik met de decoupeerzaag gezaagd. Let wel op wat voor zaagje je neemt, niet alle zaagjes zijn geschikt voor staal! Ik heb een bimetal zaagje gebruikt en snijolie op de plaats waar ik ging zagen. Resultaat is verbluffend: het zagen gaat daardoor snel en er is geen slijtage aan de zaag te zien. onderkant chassis met steunbalkjes Nu dat alle gaten gezaagd en geboort zijn kan gepast worden of alle gaten op de juiste plaats zitten. In dat geval en als je je niet vergist hebt in het een of ander zal alles moeten passen. Ik monteer in dit stadium altijd de belangrijkste componenten om te zijn of het goed past en of ik bij latere montage geen problemen tegen kom. Als dat wel het geval is kan dat nu makkelijker aangepast worden dan als de helft al in de kast zit. Ik zie me al een 37 mm gat voor een elco in de bovenkant maken als 80% van de onderdelen al gemonteerd zijn. Nee ... dat lukt mij niet en dus monteer ik de meeste dingen nu maar als check procedure. Zo kwam ik er dit keer achter dat het chassis behoorlijk door boog onder het gewicht van de trafo's. Dit heb ik opgelost door twee aluminium hoekprofielen tegen de boven kant te monteren. Deze profilen zitten vast met dezelfde bouten en moeren als de trafo's. Gelukkig buigt het nu niet meer door.

Nu we visueel de opstelling gecontroleerd hebben kunnen de buizen er ook even op. Dan zien we nu al waar we straks naar gaan luisteren. Dat vind ik zelf altijd motiverend om het snel af te bouwen. Ik kan bijna niet wachten........

En zo gaat de versterker er dus ongeveer uit zien. Ik wil van mijn installatie iets maken dat wat betreft vormgeving ook een geheel is. Daarom heb ik besloten de chassis in de zelfde lak af te werken als mijn hybride ESL's. Dat houdt in dat er wat schuur en plamuur werk is aan de chassis voordat de spuitbus er aan te pas kan (en mag) komen. Maar het is wel de moeite waad. Na twee keer schuren en plamuren en de kleur lak er op gespoten is hebben we twee mooie chassis.

De chassis zijn dezelfde kleur als mijn Hybride ESL's

Alle gaten zitten nu in het chassis en de belangrijkste dingen hebben al op hun plaats gezeten, het past allemaal. Echte mechanische rampen zullen nu niet meer voorkomen. Misschien dat al gaande weg duidelijk wordt dat ik ergens een 3mm gaatje vergeten te boren, maar 'that's live' en die boren we dan wel als het nodig blijkt. Voorlopig kan ik verder met het monteren van de trafo's de buisvoeten, de elco's, de in en uitgangs terminals enz. De buisvoet voor de 2A3 of 300B is helemaal van ceramiek en dus behoorlijk kwetsbaar. Voorzichtigheid bij het aandraaien van de 4mm bouten is dus heel erg op z'n plaats. Ik leg altijd onder de kop van de bout, tussen chassis en de buisvoet en tussen de buisvoet en de moer een kunststof ring die de rampzaligste krachten opvangt en de buisvoer spaart. Deze ringen heb ik gewoon bij de bouwmarkt gekocht, niets bijzonders dus. Bespaar hier niet op want grote kans dat je deze bezuiniging duur komt te staan. Buisvoeten zijn immers veel duurder! Ik gebruik voor alle meren in de versterker altijd zelfborgende exemplaren, vast is vast en ze gaan ook niet meer vanzelf los, ook niet na velke jaren. Gewone moeren doen dat wel behalve als je kartel ringen of veerringen er onder legt. Dat is weer extra werk, spaart nauwelijks geld en het risico dat als je de moeren niet vastgenoeg draait de moeren er toch een keer af liggen. Em je weet nooit waar ze terecht komen, bedenk eens wat er kan gebeuren met spanningen van 400 Volt en meer in de buurt. De trafo's hebben op de hoeken traadeinden waar door Pieter Treurniet netjes moetjes op gedraaid zijn voor montage. Ik gebruik die moeren niet maar vervang ze door zelf borgende moeren. De originele moeren komen in de bouten en moeren pot in de garage en komen vast nog een keer goed van pas, maar niet binnen in een versterker! Daarna bedraad ik de buisvoet van de gelijkrichter en sluit die aan op de trafo. Houd deze bedrading zo ver mogelijk van de signaal bedrading naar de ingang. Er staat wel ruim 300 V wissel spanning en met wat overspraak tussen de bedrading heb je een 'mooie' brom in het signaal. Kwaliteit was toch het hoofd doel, daar bij hoort ook een sublime brom en ruis afstand. Gebruik daarom ook voor de bedrading naar de ingangsplug een prima afgeschermde kabel. Ik heb daarvoor 3mm coax kabel gebruikt, perfecte afscherming, lage capciteit per meter lengte en ook nog eens betaalbaar.

kast indeling. Nu de bedrading van de hoogspanning voeding en de gloeidraden er in zit weten we in grote lijnen waar we met de signaal dedrading uit de buurt moeten blijven. Nu kan er gewerkt worden aan alles wat signaal voerend is, maak de draden niet te lang dat geeft alleen maar moeilijkheden als je verder komt. Voor je het weet het je een warboel waardoor je tussen de bomen het bos niet meer kan zien, houd het zo netjes mogelijk. Maar bedenk dat capcitieve koppeling tussen de signalen van verschillende trappen niet gewenst is. De versterking van de ingang tot de anode van de eindbuis is ruim 200 dus houd de bedrading naar de uitgangs trafo uit de buurt van de ingangs trap.

Deze keer niet gebouwd op soldeersteunen of 'zwevend' maar op een degelijk 3mm dik turretboard. Deze constructie methode voldoet al vele tientallen jaren voor versterkers waarmee hardhandig omgegaan kan worden : gitaar versterkers. Het is degelijk . . . oer degelijk zelfs maar vergt wel iets meer werk. Onder is het board met de gloei voeding (stroombron met automatische 2A3 / 300b omschakeling) met tevens de bias automaat voor de eindbuis en de spannings stabilisator voor de driver. Daarboven het turretboard waar de onderdelen van de eigenlijke versterker op komen. En daar boven de print met de active belasting voor de ingangsversterker en driver. Daarboven de trafo's, smoorspoel en voedings elco's. gedeeltelijk bestukt turretboard Het lijkt nog wat leeg, en dat klopt ook want de versterker is hier nog lang niet klaar. Voor het gemak bij het bedraden heb ik toch het board met de actieve belasting(en) er maar weer uit gehaald. Daarna aan de aansluitingen die van het turretboard naar de actieve belastingen gaan de bedrading aan het turret board gesoldeerd en ruim op lengte afgeknipt. Dan is alles wat moeilijk bereikbaar is vast aangesloten en kan het actieve belasting(en) board weer op zijn plaats en aangesloten worden. Het meerwerk van demontge en weer monteren van het board was veel makkelijker en sneller dan werken op een anders slecht toegangkelijke plaats. Maak het jezelf nooit moelijker dan noodzakelijk, het humeur en de kwaliteit van het werk gaat echt op vooruit.



Het eind resultaat

De versterker is klaar Je vraagt je natuurlijk af of alle geïnvesteerde kosten en moeite ook dat op heeft geleverd waar naar gestreefd werd. Als je de doelstelling en de verwachtingen 'sky high' hebt gelegd dan is het altijd de vraag of de teleurstelling niet net als Murphy zijn tijd afwacht en toeslaat. Het moment dat voor de eerste keer de spanning er op gaat, zonder buizen er in, om de gloeispanningen te kontroleren zijn de spanningen nog laag. Daarna de gelijkrichter er in en de zaak herhalen je verwacht dan veel hogere spanningen te meten, niet alleen Volten maar ook mentaal is de spanning een stuk hoger. Gelukkig klopte alles nog steeds en voldeden de spanningen aan de verwachtingen. Bij mij zelf daalde daardoor de spanning en in de versterker ook nadat de stekker uit het stopkontakt gehaald was. Tijd voor koffie om straks als de eindbuis er in gaat weer helemaal scherp te zijn. Nu hangt het af van de gloespanning regeling en de bias automaat, als die hun werk doen zakt bij mij de stress ook naar een acceptabel niveau en is het tijd voor de tweede koffie. Dat was snel geregeld de gleoispanning ging langzaam naar 2,5 Volt voor de 2A3-40 en bleef daar ook hangen. De potmeter voor de ruststroom referentie staond op 200 mV en dat moet dan borg staan voor een ruststroom van 20 mA door de eindbuis. In het begin even mooi veilig want dan heb je tijd om in te grijpen in het geval er toch een foutje gemaakt is. Na een kleine overshoot kwam de anode stroom weer netjes op 20 mA terug, een geruststelend idee. Het werkt zoals bedoeld. Nu de referentie spanning naar 750 mV gedraaid en de anode stroom gemeten: keurig 75 mA. Geen klagen. Zo is het ook gegaan met de tweede monoblok. Maar nu . . . . de ultime test met luidsprekers er aan. De set mee naar de woonkamer, aangesloten op de speakers en de voorversterker. De spanninge er op en dan maar wachten op de zo spreekwoordelijk lichte restbrom in de luispreker. SH*T hij doet het niet . . . . ik hoor helemaal niets, geen ruis geen brom, wat heb ik fout gedaan. De buizen gloeien dus er is spanning. Toch maar even een CD in de speler en kijken wat er gebeurt . . . . MUZIEK !!!!! Kortom de versterker heeft absoluut geen brom en geen ruis. De voor een SE versterker zo moeizame lagetonen gebied is uitzonderlijk goed diep laag en de Open Baffle woofers van mijn hybride elctrostaat blijven prima onder kontrole. De kwaliteit van de trafo's is hier duidelijk voor een groot deel debet aan. Het midden en het hoog, daar kan ik net zo'n levend verhaal over vertellen, wereld klasse. Ik heb heel wat versterkers en speakers gehoord, maar wat deze kombinatie presteerd is van zeldzame klasse. In de vele tientallen jaren dat ik me met Audio bezig houd heb ik vergelijkbare kwaliteit volgens mij maar uiterst zelden gehoord. Een keer of hooguit twee keer eerder. Komt dit nu door extrafagante componenten ? Nee, of het moet de uitgangstrafo zijn met z'n amorfe kern maar wel koper draad wikkeling, of de metaalfilm weerstanden, of de Xircon koppel C's of de JJ elco's in de voeding. Volgens mij gewoon standaard spul. Ik weet wel waar het door komt : het is de liefde voor de muziek en de techniek die heeft geleid tot een exeptioneel goed resultaat.

Ik wens iedereen veel succes met bouwen en voldoening tijdens het luisteren. Met deze versterker, en (héél) goede speakers en een goede bron gaat dat zeker lukken !!!!



De buizen bezetting
in en uitgang terminals
de monoblokken site by site
Klik op het schema voor een grote weergave

Klik op het schema voor een grotere weergave.


Terug naar AF